Zo staat uw motor op de DB Autozug

Bevestiging en transport van motorfietsen op de DB Autozug

Het systeem voor het vastsjorren van motorfietsen op transportrijtuigen van DB Autozug is gestandaardiseerd en ontworpen voor optimale stabiliteit van de motorfietsen tijdens het transport.


Motoren op de trein laden

De motorfietsen worden in de lengterichting gefixeerd met wielblokken, op een manier zoals dat ook op een autoaanhanger gebeurt.

Voor het vastsjorren worden vier aanslagriemen (korte lussen van zeer zacht materiaal) en vier vasthaakriemen (spanriemen) per motor gebruikt.

De aanslagriemen worden aan de berijders verstrekt bij het laden van de motoren op het rijtuig, met het verzoek om deze op geschikte punten aan te brengen. Het terminalpersoneel staat daarbij met raad en daad terzijde.

Voor moeten de aanslagriemen indien mogelijk aan de vorkbrug of in de buurt van de voorwielvork worden bevestigd. Achter moeten bevestigingspunten zoals passagiergrepen, kofferhouders, bagagebruggen of dwarsbalken bij de passagiervoetsteunen worden gekozen. Hoe hoger, hoe beter.

Optimale stabiliteit met de zijstandaard

Nadat de motoren op de transportrijtuigen zijn gereden, worden ze bij voorkeur op de zijstandaard neergezet en met wielblokken gefixeerd. Vervolgens worden de haakriemen in de lussen van de aanslagriemen vastgemaakt en aangetrokken.

Nadat u de motor heeft neergezet, dient u de benzinekraan te sluiten.

De zijstandaard wordt bij voorkeur gebruikt omdat het stavlak van de motor tussen de wielen en de zijstandaard een vrij grote driehoek vormt en daardoor in combinatie met de sjorriemen een grote stabiliteit gewaarborgd is.

Indien gewenst, kan op nationale trajecten ook de hoofdstandaard gebruikt worden. Daarbij ontstaat echter een wip tussen één wiel en de hoofdstandaard en bovendien is het stavlak kleiner. Om een voldoende stabiliteit te verkrijgen, moeten de riemen met een duidelijk grotere trek naar achteren worden gespannen.

Bij het vasttrekken van de riemen is de volgorde belangrijk

Eerst worden de haakriemen aan de linkerzijde (de kant van de zijstandaard) zonder spanning aangetrokken. Vervolgens worden de riemen aan de rechterzijde aangetrokken. Daarbij wordt de motor licht in de vering getrokken. De vering van de motor bepaalt uiteindelijk de spanning van de riemen. Bij het aantrekken van de riemen aan de rechterzijde wordt de motor licht naar rechts getrokken, zodat de zijstandaard wordt ontlast.

Door het gebruik van vier riemen kan, ook als de zijstandaard wegklapt of defect is, de motor niet omvallen.

Bij het aanbrengen van de aanslagriemen en het vervolgens vastsjorren met de haakriemen moet erop worden gelet dat de riemen niet naar beneden kunnen glijden en deze vrij kunnen worden gespannen. De riemen mogen niet over delen van de motor worden geleid en mogen geen spanning uitoefenen op delen van de opbouw of bekleding.

Laatst bijgewerkt: 23.09.2006
Positie: Beginpagina / Reisvoorbereiding / Informatie voor…. / Motorfiets / Bevestiging en transport
© 2006 Deutsche Bahn AG